Column WR: Hotelkamerpsychologie

Column WR: Hotelkamerpsychologie

Weet u wat ik absoluut niet mis in mijn ‘off-season’ (naast vliegvelden, vliegtuigen en koffers in- en uitpakken)? Hotelkamers. Even een paar weken in mijn eigen bed, mijn eigen badkamer en bovenal, geen kamergenoot. Heerlijk…

Ook mijn vakantie bracht ik grotendeels hotel vermijdend en dus kamperend door. Toen we de laatste paar nachten van onze vakantie wel in een hotel verbleven, betrapte mijn vriend mij op een heus ‘hotelkamerinstinct’. Zodra ik een hotel binnenkom treedt dit systeem schijnbaar ongemerkt in werking. Als eerste pak ik mijn telefoon om te checken of er een Wi-Fi netwerk is. En zo ja, of het gratis is. Vervolgens heb ik de keuze uit twee tactieken die ik volg bij het betreden van de kamer: als eerste of als tweede gaan. Als eerste (mijn favoriete tactiek) is het namelijk logisch dat je doorloopt naar het verste bed. Dit is meestal de beste keus want dit bed is het verst van de badkamer (u kunt zelf wel invullen waarom dit prettig is) en heeft meestal ook de meeste ruimte naast het bed voor je koffer. Heb je de pech dat er een tweepersoonsbed en een opklapbed in de kamer staan, dan was de tweede tactiek beter, omdat het tweepersoonsbed dan voor jou is (of je moet zo’n asociale kamergenoot hebben die als eerste meteen het beste bed inpikt).

Terwijl ik (de eerste tactiek uitvoerend) naar het verste bed loop voer ik meteen een snelle scan van de kamer uit. Kunnen de bedden uit elkaar geschoven worden? Ligt er een dekbed of een deken op het bed (vooral de smoezelige, ouderwetse wollen deken is een flinke afknapper)? Kunnen de ramen open? Is de kamer schoon? Is er airco? Kunnen bovenstaande vragen in één oogopslag afgevinkt worden, dan voldoet de kamer aan de minimum standaard. Is er daarnaast nog een koelkastje en waterkoker aanwezig? Dikke plus! Bespeurt mijn oog in een zeer uitzonderlijk geval een koffiezetapparaat (of nog beter, een Nespresso machine) dan kan de kamer echt niet meer stuk. Helaas overkomt mij dit laatste maar een enkele keer per jaar.

Op wat details (matras, douchekop, gordijnen, etc.) na, ben je voor de overgebleven factoren die je verblijf veraangenamen of verergeren afhankelijk van je kamergenoot. Al zijn er natuurlijk wel een paar ongeschreven regels die hierbij helpen (maak elkaar niet onnodig wakker (ben je een notoire snurker, zoals ikzelf, neem dan een paar oordoppen voor je kamergenoot mee), geen grote boodschap gaan doen als de ander nog zijn tanden moet poetsen of douchen, niet na elf uur ’s avonds nog een uur met je vriendje gaan bellen, etc.).

Na mijn vriend ingewijd te hebben in de psychologie van de hotelkamer was ons verblijf zeer aangenaam. Gelukkig koos geen van tweeën na vier weken kamperen voor het opklapbed. En ook al verblijft u misschien niet 180 nachten per jaar in een hotelkamer, een aantal tactische adviezen van een doorgewinterde hotel-hopper zijn nooit weg toch?

Leave a comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *