Column WR: Over witte wegen naar meer professionaliteit

Er zijn drie wedstrijden die mij, sinds ik mijn hart verloor aan de wielersport, gefascineerd hebben. Het zijn wedstrijden die waarschijnlijk tot ieders verbeelding spreken; de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix en de Strade Bianche. Nooit zal ik mijn eerste deelname aan de Ronde van Vlaanderen vergeten. Ik was zo nerveus dat ik op de fiets van een ploeggenote naar de start vertrok!

In het eerste weekend van maart had ik weer last van zenuwen. Ze kriebelden als vlinders in mijn buik toen ik naar de start reed in San Giminano (deze keer wel op mijn eigen fiets). De Strade Bianche, een wedstrijd over de witte wegen van Toscane, nu ook voor ons!

Meer dan ooit heb ik het gevoel dat het vrouwenwielrennen in de lift zit. Rensters blijven zich ontwikkelen, het niveau in de wedstrijden stijgt, teams worden steeds professioneler georganiseerd, er komen elk jaar een paar nieuwe wedstrijden op onze kalender, de (sociale) media begint ons te ontdekken en last but not least; de UCI neemt ons serieus!

Daags na de Strade Bianche woonde ik een bijeenkomst van de UCI voor professionele vrouwenploegen in Siena bij. Daar presenteerde de UCI haar plannen. De twee belangrijkste zijn: de introductie van een World Tour (een wedstrijdenreeks met daarin zowel eendaagse- als etappewedstrijden) en het invoeren van twee divisies binnen het vrouwenwielrennen.

De teams die deel uitmaken van de eerste divisie zijn verplicht om aan alle World Tour wedstrijden deel te nemen. Op deze manier is de sport gemakkelijk te volgen voor fans en media en wordt het voor sponsoren interessanter zich te binden aan ploegen en evenementen.

Het is tof om te zien dat de UCI serieus aan de ontwikkeling van het vrouwenwielrennen werkt. Belangrijker nog is, dat teams de handen ineen slaan en samenwerken, kennis delen en zo samen de lat steeds hoger leggen. Van mij hoeven we niet binnen korte tijd net zoveel geld te verdienen als de mannen, het is veel belangrijker dat eerst de grote verschillen in professionaliteit binnen het internationale vrouwenpeloton gelijk worden getrokken!

Bovenstaande plannen worden geleidelijk ingevoerd met ingang van 2016. Ik denk niet dat ik het nog tijdens mijn actieve carrière ga meemaken dat vrouwenwielrennen op hetzelfde niveau staat als bijvoorbeeld vrouwentennis. In de afgelopen jaren heb ik mijn sport zien ontwikkelen en het is mooi om te zien dat dit door steeds meer partijen wordt opgepakt.

Nu hoop ik alleen dat ik net als de Ronde van Vlaanderen en de Strade Bianche ook de eerste Parijs-Roubaix voor vrouwen nog mag meemaken!

Column: Het einde is in zicht…

En het einde vindt plaats op 28 februari. U wilt mij waarschijnlijk verbeteren en zeggen dat het op 28 februari juist allemaal gaat beginnen. Rationeel gezien heeft u gelijk, emotioneel gezien echter niet. Op 28 februari vergaat de wereld niet, maar mijn winter wel. Op deze dag wordt de Omloop het Nieuwsblad verreden en dat is de officiële start van ‘het seizoen’. Dat betekent natuurlijk niet dat op 28 februari de lente aanbreekt. Ben je gek! Waarschijnlijk rijd ik die dag met een bevroren snotterbel rond en moet ik het ijs halverwege koers van mijn brillenglazen krabben. Maar het betekent wel het einde van een zeer lange en onzekere periode waarin mijn leefwereld verkleind werd tot de volgende informatiebronnen:

  1. Buienradar
  2. Wattagemeter
  3. Weegschaal
  4. Twitter (om te checken wat de concurrentie uitspookt)

Kortweg kun je de winter opdelen in twee periodes: afbreken en opbouwen. De eerste periode is simpelweg genieten. Vooral van dingen die je jezelf in het seizoen niet toestaat. Bovenstaande informatiebronnen worden daarbij volledig genegeerd. Even geen onbelangrijke wielernieuwtjes, even geen fiets, even geen contact met collega’s en vooral even geen contact met de weegschaal. Des te meer maak je contact met je vrienden en familie die je voor maanden verwaarloosd hebt. Je durft weer door bepaalde gangpaden in de supermarkt te lopen en zonder schuldgevoel iets uit de schappen te pakken (en op te eten). En je kunt weer een paar nachten doorhalen op je pumps met een wijntje in de hand zonder je constant af te vragen hoe slecht dit allemaal voor je (benen) is.

Maar dan komt de periode van opbouwen. Je stapt weer super gemotiveerd op de fiets. Er belandt een trainingsschema in je mailbox en je komt tot de schokkende ontdekking dat je al over een paar weken op een trainingsstage word verwacht. Ondertussen word je keihard met je neus op de feiten gedrukt (weegschaal te hoog, wattagemeter te laag, buitenradar lagedrukgebied, concurrentie op Twitter: #5uurlekkergetraind).

Ondertussen zijn we een paar maanden verder en heb ik redelijk vrede gesloten met bovenstaande informatiebronnen. Ik ben keihard aan het opbouwen geweest en alle meetinstrumenten slaan nu positief uit. Ik kan mijn ploeggenoten pijn doen op de fiets en ik laat me er niet afrijden tijdens trainingswedstrijden met de mannen. De afbraakperiode is nodig om weer energie op te doen voor de opbouwperiode maar alles bij elkaar is de winter een lange, onzekere periode. Het zal uiteindelijk allemaal wel goed komen op 28 februari. Maar hoe goed, dat kan geen enkele informatiebron mij vertellen. Over drie dagen is het allemaal duidelijk… Het einde van de winter en het begin van het seizoen, de Omloop!

Column WR: Astana is uit, leggings zijn in

Trends komen en trends gaan. Daarom zijn het trends. Zo ook in de wielersport. Zo is momenteel Astana uit, maar Lieuwe is in. Epo is uit, anabole steroïden waren al heel lang uit en trainen is weer in. Kazachen zijn uit, en Russen trouwens ook. Polen zijn de nieuwe Belgen. Dommeriken zijn uit, slimmeriken zijn in. De UCI is uit, Velon is in. Brian Cookson is al uit voordat hij in kon worden. Italië is uit, Duitsland is in. Cavendish is uit, Kittel is in. Terpstra valt overal uit, Dumoulin is in (oftewel; brutaal is uit, schattig is in). Haar op je benen is altijd uit, haar op je gezicht is in. Gaten in je helm zijn uit, potjes zijn in. Groen is uit, Orange is in.

Tot zo ver kan ik de trends volgen. De afgelopen weken op trainingsstage moest ik, terwijl ik dacht toch best fashionable te zijn, behoorlijk bijgespijkerd worden over een aantal trends. Zo zijn onder de leden van de nationale vrouwenselectie eieren nu uit, maar edamame bonen zijn in. Koolhydraten zijn uit, hongerklop is in. Griekse yoghurt is het nieuwe roomijs. Cappuccino is uit, chai thee is in. Kaneel blijft altijd. Smetvrees is uit, groepshuisvesting is in. Masseren is uit, dry-needling is in. Blokjes doen is het nieuwe intervallen (maar het komt op hetzelfde neer). Asfalt is uit, zandstroken zijn in. Corestability is uit, yoga is in. Goede gesprekken zijn uit, dumpert.nl is in. Een boodschappenkarretje (als in auto) is uit, een bondscoach achter een boodschappenkarretje (als in een supermarkt) is in. Wereldkampioen zijn is uit, Nederlands kampioen zijn is in. Een gestyled kapsel is uit, haar dat er uitziet alsof het drie dagen niet is gewassen, is in. Zo zie ik er al jaren uit dus het is wel leuk dat dit nu een trend wordt. Leggings waren ooit in, toen weer uit, toen weer in, toen echt uit en nu weer helemaal in. Lululemon is het nieuwe Nike. Disney World blijft altijd. Amerika is het nieuwe Zuid-Afrika, maar niet voor lang voorspel ik.

Gelukkig zijn er ook elementen in het wielrennen die niet aan trends onderhevig zijn. Tegenwind blijft altijd tegenwind. Een fiets heeft altijd twee wielen. Je moet altijd nog zelf blijven trappen en na vijf uur trainen zit je sowieso niet meer lekker op je zadel!

Voor mij is Rabobank uit en Bigla is in. Ik ben benieuwd welke trends we in 2015 gaan creëren…

 

Lees hier mijn eerder columns terug

Column WR: Nana

Na 16 uur vliegen schuiven de deuren van het Jakarta International Airport voor mij open en snuif ik de lucht van Indonesië op. Een lucht die mij onmiddellijk de adem beneemt. Ik word overweldigd door een explosie van geuren, geluiden en vooral een immense drukte. Er wordt aan je getrokken, naar je geroepen, je laat je in een taxi proppen en voor je het weet bevind je je te midden van de grootste verkeerschaos die je ooit meegemaakt hebt. De cultuurschok is compleet. Oftewel; dit wordt de meest geweldige vakantie ooit.

Een paar dagen later bezoek ik mijn vriendin Nana. Twee zomers bracht zij door in Nederland (in Stolwijk (of all places) om precies te zijn) om te trainen, wedstrijden te rijden en vooral om ervaring op te doen. Nana is dus een Indonesische wielrenster! Dat was ze in elk geval, ondertussen is Nana moeder van een schattige tweeling en de vrouw van Hari. Jawel, een Indonesische profwielrenner! De paar dagen die ik van hun gastvrijheid mocht genieten hebben mij met terugwerkende kracht een enorm respect voor dit kleine renstertje gegeven. Wonend met hun gezin in een ‘stadje’ (slordige twee miljoen inwoners) in de buurt van Surabaya, Oost-Java, lijkt de kans dat je hier wielrenner wordt, net zo groot als de kans dat je in Nederland als schansspringer carrière gaat maken. Zo zijn er bijvoorbeeld heel weinig wegen. Op de wegen die er zijn is het asfalt soms ver te zoeken. Het ontwijken van de enorme kraters in het wegdek doe je vervolgens samen met tientallen, zo niet honderden brommers. Een fietspad is net zo ver te zoeken als frisse lucht. Je zult het moeten doen met dikke smog. Er is geen (top)sport-structuur en al helemaal geen wielercultuur. Geen verenigingen, geen trainers, geen wedstrijden, geen kennis en geen geld. Om je tot slot nog te realiseren dat Java Islamitisch is, waardoor de rol van de vrouw nog wat ‘conventioneler’ is dan die van ons in Europa. Ofwel: stap je als jonge meid in Indonesië op een racefiets, dan heb je echt ballen!

Nana nam in 2009 deel aan het WK in Mendrisio. Ze haalde de finish niet. Nu besef ik echter pas wat een ultiem knappe prestatie het was om überhaupt deel te kunnen nemen. Je kunt lacherig doen over ‘exotische’ nationaliteiten die ternauwernood de eerste ronde overleven op een WK. Maar ik zeg je, de weg die zij afgelegd hebben naar de start van dat WK is er een waar weinigen van ons de wilskracht voor hebben!

Column WR: Goed voorbereid zijn is het halve werk?

“Nog vierhonderd meter… staan, staan, blijven staan!” Hijgend kom ik boven om meteen weer terug naar beneden te rijden. Nog vijf keer te gaan. Mijn benen doen pijn van de zware trainingen van de afgelopen dagen. Het liefste plof ik neer op het terras of sluit ik aan bij het groepje toerfietsers die ik eerder inhaalde. Ik motiveer mijzelf door te denken aan volgende week. Het wereldkampioenschap. Een wedstrijd waar ik enorm naar uitkijk. Hoe mooi is het om op het hoogste podium je sport te bedrijven. Om in het oranje te rijden, met de sterkste rensters ter wereld. Maar stiekem ben ik er ook een beetje bang voor. Het laatste wat ik wil is een teleurstellend of matig WK rijden. Liever niet. Toch nog maar even staan dan en de pijn verbijten.

Wanneer weet je of je er klaar voor bent? Sinds ik zeker ben van deelname leef ik toe naar de 27e september. Met nog meer zorg voor mijn voeding, rust en training probeer ik de absolute vorm te bereiken. Ik heb de afgelopen weken uren door de heuvels in de Duitse Eifel gefietst, afgezien in het wiel van Harrie’s brommer, op de club tegen de mannen geracet en vandaag nog eens de Posbank platgereden. Ik ben moe maar tevreden. Alle trainingen die ik wilde doen heb ik gedaan. Mijn wattagemeter geeft goede waardes aan. Ik heb lange nachten gemaakt. Kortom, de voorbereiding kon niet beter. Maar is dit een garantie voor een goede prestatie?

Een topprestatie leveren is geen wiskunde. Dat maakt het er niet gemakkelijker op. Ik heb mooie overwinningen geboekt na een heel beroerde voorbereiding. Maar ik ben ook wel eens keihard door het ijs gezakt toen ik dacht er helemaal klaar voor te zijn. Een goede voorbereiding is dus geen garantie op een goede prestatie. Maar het geeft wel vertrouwen dat de factoren waar ik zelf invloed op heb in orde zijn. Verder ben je overgeleverd aan de ‘vorm van de dag’ (wat dat ook mag betekenen), wedstrijdverloop en hoop je op een beetje geluk.

Was het maar zo eenvoudig als Kevin mij vorige week vertelde voor hij naar Antwerpen vertrok voor de ‘Special Olympics’. In Utrecht, waar ik hem en de andere verstandelijk gehandicapte atleten uitzwaaide, drukte hij de aanwezigen op het hart dat hij er helemaal klaar voor was. Hij had namelijk erg goed getraind, zelfs een keer in de regen, en hij had talent. Als ik het zo bekijk, dan ben ik er ook wel klaar voor. En aangezien Kevin goud gewonnen heeft in Antwerpen, moet het mij in Ponferrada ook wel goedkomen. Volgende week weten we meer!

Column WR: Verjongingskuur

Wilt u zich in één week tijd tien jaar jonger en tegelijkertijd wijzer dan ooit voelen? Dan kan ik u ‘La Route de France’ met vijf piepjonge meiden aanraden. Werkt heel verfrissend! Normaal gezien maak ik deel uit van Rabobank-Liv, een geweldige ploeg waarmee we wekelijks samen wedstrijden naar onze hand kunnen zetten. Erg gaaf, maar soms betrap ik mijzelf erop dat het winnen van een wedstrijd met de ploeg hetzelfde gevoel geeft als het halen van een halfje wit bij bakker. En dat is niet het gevoel dat ik tien jaar geleden had toen ik mijn eerste rondjes in het vrouwenpeloton reed.

Een zevendaagse etappekoers met de Nationale selectie dus. Het begon met een lange autoreis, een zak krentenbollen en vijf uitgelaten meiden. Demi de Jong wordt aan een kruisverhoor van Johan Lammerts onderworpen. Nee, politiek en geschiedenis hebben niet bepaald haar interesse. Van Edith Piaf heeft ze nog nooit gehoord. Ik weet dat ze over tien jaar en heel wat autoritjes naar Frankrijk en andere Europese bestemmingen Johan wat meer tegengas zal kunnen geven.

Bij aankomst wordt ontzet gereageerd op ons onderkomen. Tsja, na tien jaar zijn mijn verwachtingen van een Frans ‘hotel’ zo laag dat ik een schoon bed en werkende douchekop al als luxe ervaar. Desalniettemin springen de ‘rookies’ uitgelaten door de gang en kunnen ze niet wachten om van start te gaan. Goed bedoeld advies over het sparen van energie en zoveel mogelijk rust pakken in de wind slaand. Hier kwamen ze al snel op terug. Wat betreft de wedstrijd werden er realistische doelen gesteld: “uitrijden”.

Veel tactische plannen hoefden er dan ook niet gesmeed te worden. Deze wedstrijd was vooral bedoeld om ervaring op te doen. Het is leuk om te zien hoe snel ze dingen oppikken en, ondanks de toenemende vermoeidheid, elke dag verbeteren.

De euforie van het meespringen met een ontsnapping of het halen van bidons tot het leermoment van een slecht gekozen plasstop tijdens de wedstrijd. Af en toe voelde ik me een soort ‘moeder gans’ met mijn goedbedoelde adviezen en ik zal niet ontkennen dat ik op sommige vlakken een enorme generatiekloof voelde. Echt oud voelde ik me toen een verzamelaar mij een foto liet signeren van tien jaar geleden, hilariteit ten top!

Ik ben stiekem een beetje jaloers op die jonge, frisse wielrensters. Het herinnerde me aan mijn eerste jaren in het peloton, toen alles nog één groot avontuur was. Tegelijkertijd ondervond ik ook hoe tof het is om je kennis en ervaring over te brengen op jonge talenten. Bij deze neem ik me voor weer eens wat vaker met de blik van een eerstejaars naar mijn leven te kijken. En dat is niet het enige dat ik geleerd heb van deze meiden. Ook weet ik nu precies welke muziek ik (niet) mis als ik geen top-40 luister. In welke steden je het leukste kan winkelen. Heeft Ashlynn van Baarle me laten zien hoe je met behulp van vriendelijk bedoelde tikjes gemakkelijk naar voren rijdt in het peloton. En is mijn ‘selfie-techniek’ bijgespijkerd. Wat ze van mij geleerd hebben? In elk geval dat je altijd moet zorgen dat je goed op de foto staat, om te voorkomen dat je tien jaar later weer met je ongewassen hoofd en ongekamde haar geconfronteerd wordt. En hoe je met behulp van een fles goeie ketchup een week lang taaie kip met doorgekookte pasta door je strot krijgt…

Lees hier mijn vorige column: Allerliefste… Lars Boom

Het team van deze Route de France! Deelnemers verjongingskuur…

Column WR: Drama ten top

Je gaat de bocht om, slechts duizend meter asfalt tussen jou en de finish. Je benen blijven malen op de trappers maar je voelt dat er geen kracht meer in zit. Nog vijfhonderd meter, de weg loopt akelig omhoog. Je kan de finish zien, je hoort de aanmoedigingen van het publiek, je kan het rood-wit-blauw bijna ruiken. Je fietst al dertig kilometer eenzaam en alleen rondom Ootmarsum en nu je er bijna bent voel je de hete adem in je nek. Nog honderd meter, je lichaam schokt en schudt, het melkzuur in je benen is gaan klonteren, zo zuur is het. Nog twintig meter, je voelt haar komen en je probeert te gaan staan maar je ploft even hard weer terug op het zadel. Je kan gewoonweg niet meer. Nog minder dan tien meter en je voelt die hete adem over je heen komen en je voorbij gaan. De finish lag een paar meter te ver vandaag. Dag titelprolongatie. Dag rood-wit-blauw. Hallo tranen.

Die hete adem, dat was ik. Ik deed op 28 juni iets waar ik alleen maar van gedroomd had. Nederlands Kampioen worden. Na twintig kilometer achtervolgen stoof ik mijn ploeggenote Lucinda Brand op slechts enkele meters van de finish voorbij. Met stomheid geslagen zakte ik achter de finish neer op het asfalt. Niet wetende of ik moest huilen of lachen van blijdschap. Ik grijnsde maar, heel hard.

Een paar meter verderop lag Lucinda op het asfalt. Huilend, totaal kapot en teleurgesteld. Pers omringde haar om een eerste reactie en emoties vast te leggen. Het verhaal van de verliezer is nu eenmaal mooier dan dat van de winnaar. Wielrennen zit vol met zulke verhalen. Zelf ken ik ze maar al te goed, daarom weet ik waarschijnlijk al een aantal jaren deze column vol te schrijven. Het is dramatiek ten top en spreekt tot de verbeelding. De koers schrijft zijn eigen verhaal.

Gek genoeg voel je dat niet zo op de fiets. Lars Boom heeft er op weg naar Arenberg niet aan gedacht dat het pure poëzie was hoe zijn besmeurde lichaam krachtig over de kasseien danste. Contadors vloeken hadden niets te maken met de prachtige volzinnen die Mart Smeets ’s avonds uitbraakte na zijn dramatische val. Jack Bauer kon slechts janken wanneer hij op tien meter van de streep zijn historische etappeoverwinning in rook zag opgaan toen het peloton genadeloos over hem heen denderde. Het kon hem geen reet schelen dat hij juist nu de harten van miljoenen tv-kijkers had veroverd.

Ik heb er in de laatste kilometers geen moment aan gedacht dat mijn overwinning een ‘thriller’ zou zijn mocht ik Lucinda in extremis nog weten te achterhalen. Of dat het goede stof zou zijn voor een column. Op de fiets denk je slechts een ding: “trappen”. Gelukkig maar, want die trui zit me nu hartstikke lekker.

Column WR: Tanden erin!

Momenteel vindt er een voetbaltoernooi plaats in Brazilië dat mij persoonlijk niet echt interesseert. Maar goed, aangezien ik één van de weinigen in Nederland ben zal ik het moeten accepteren dat elke scheet die in Brazilië gelaten wordt opeens groot nieuws is. Nu bleek afgelopen week dat er tussen al die kleinzerige voetballers zich een iets pittiger type bevindt. Eentje die graag ergens zijn tanden inzet. Luis Suárez. En dat was schijnbaar niet de eerste keer.

Ik ben deze week met mijn eigen toernooi bezig. Vandaag het NK Tijdrijden, zaterdag het NK weg. Kleinzerige types kom je hier niet tegen. Dat zult u met mij eens zijn. Maar er zit er één tussen die wel heel extreem is. Ook een bijtertje. Onze Luis Suárez eigenlijk, maar dan op een positieve manier.

Die Suárez, a.k.a. Annemiek van Vleuten, is zojuist Nederlands Kampioene tijdrijden geworden. Voor velen was het een verrassing dat zij de huidige Wereldkampioene Ellen van Dijk wist te verslaan (ook bepaald geen zacht ei trouwens). Voor mijzelf en de mensen om haar heen was de verrassing minder groot. Als er iemand is die ergens haar tanden in weet te zetten om nooit meer los te laten, dan is het Annemiek wel. In haar geval zal er niet een lichte afdruk van een paar tanden te zien zijn, er zou een volledige schouderpartij opgevreten zijn. Visualiseert u zich dit liever niet, het is een akelig beeld. Net zo akelig als het beeld dat ik ken van Annemiek, die ik de afgelopen jaren door haar blessure heel veel pijn heb zien lijden op de fiets. Die zichzelf constant tot het uiterste bleef pushen. Die tot tranen toe haar trainingsblokken af bleef werken, en de volgende dag opnieuw, en de dag daarna weer. Die ik heb gevraagd die fiets gewoon in de schuur te gooien en te gaan genieten van andere dingen in het leven. Omdat ik het hartverscheurend vond om te zien dat haar hoofd dingen wilde die haar lichaam niet kon. Maar ze deed het niet. En vanavond heb ik gezien waarom. Annemiek had haar tanden in het rood-wit-blauw gezet. En wie weet in wat nog meer… En door al die beelden die ik heb van Annemiek, die maar door bleef gaan waar een ieder ander allang de handdoek in de ring had gegooid, is deze titel er één met een bijzonder verhaal. Dat is wat topsport zo mooi maakt.

Annemiek van Vleuten, die krijg je niet naar de kleuten!
(Dit laatste is een citaat uit een (overigens zeer slecht) Sinterklaasgedicht van Johan Lammerts, trainingskamp Zuid-Afrika december 2009, maar achteraf gezien wel een zeer pakkende samenvatting van de persoon Annemiek van Vleuten)

 

Five reasons to wear elbow pads in a race

A few weeks ago I noticed it the first time. There was a girl in our bunch with one elbow protector. Last weekend she was there again. This time both her elbows covered with pads. Disconcerting but fascinating. I can’t stop wondering why she is wearing them? These are the only reasons I could think of:

  1. She went out roller-skating with her little sister in the morning and forgot to take them of (sounds unlikely now that I write it down).
  2. She is actually a downhill-rider and it’s natural for her to wear full protection. But where are her kneepads then?
  3. She is as a test-rider involved in a project that’s developing a brand new range of body protection for cyclists. 20 Years ago, you were also ridiculed when wearing a helmet. Maybe we will all wear elbow pads in 2024…
  4. She crashed already so many times, there are almost no elbows left. One more time and she never will be able to bend her elbows again! (If I was her in this case, I would switch to chess)
  5. She just wants to scare the rest of the girls in the peloton. And that’s for sure working because I directly steer to the other side of the bunch, seeing her coming. And I’m not the only one proved by the fact she is the only rider in the bunch with at least a meter of open space around her.

But I’m just guessing of course. Next time I will ask her (if I dare)…

Column WR: Het geheim van de Britten

Links en rechts van me staan rijen met mensen. Ze juichen, klappen en moedigen me aan. Mijn benen zijn al compleet verzuurd maar de weg loopt genadeloos verder omhoog. Nog honderd meter tot de top, dan nog maar vier kilometer naar de finish. Het vele publiek geeft me nieuwe energie en tovert een grote grijns op mijn gezicht. Ik rijd alleen naar de finish. Hier wordt het geluid oorverdovend. Er staan duizenden mensen langs de weg, vier rijen dik! Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Met kippenvel over mijn hele lijf geniet ik van het moment. Ik neem de tijd om naar links en rechts te zwaaien. Het voelt alsof ik het wereldkampioenschap aan het winnen ben. Terwijl het peloton toch al enkele minuten voor mij om de etappeoverwinning heeft gesprint…

De eerste Friends Life Women’s Tour of Britain was een groot succes. Niet zozeer voor ons als ploeg, hoewel het best lekker ging met drie etappes en de eindoverwinning. Ik bedoel vooral voor het vrouwenwielrennen. In de camper na de wedstrijd keken mijn ploeggenotes en ik elkaar elke dag verbaasd aan. Wat doen al die mensen hier? En vooral, waarom is deze wedstrijd zo gaaf? Volgens mij is dit het geheim van de Britten:

De organisatie. Deze is dezelfde als die van de Tour of Britain voor mannen, een professionele en ervaren organisatie. Toch werd er nooit over onze mannelijke collega’s gesproken. Dit was onze wedstrijd, met haar eigen ‘sterren’. Er was een goede combinatie van teams uitgenodigd. De internationale topteams, aangevuld met een aantal Engelse teams. Het deelnemersveld was niet bijzonder groot maar wel van een hoog en gelijkwaardig niveau. Start- en finishplaatsen werden betrokken bij de organisatie en er werden evenementen omheen gecreëerd voor de inwoners.

Het gebruik van (sociale) media. Nog voor de eerste editie van de Women’s Tour verreden was, wist iedereen al dat het een geweldige wedstrijd ging worden. Via verschillende media werd er een ‘buzz’ gecreëerd. Iedereen schreef, sprak of twitterde erover. Niet alleen wilde het publiek ons daarom komen zien, rensters voelden ook aan dat een overwinning in deze wedstrijd meteen een ‘grote’ zou zijn.

En als laatste, de Britten zelf! Een heel ander type dan de Engelsman die je op je all-inclusive vakantie in Turkije tegenkomt. Deze Britten zijn sportliefhebbers die niet geplaagd worden door een honderd jaar oude fietscultuur. Voor hen maakt het niet uit of ze Mark Cavendish of Lizzie Armitstead komen aanmoedigen. Ze zijn gek van Marianne Vos, maar weten ook wie Sharon Laws, Anouska Koster of Iris Slappendel is. Namen die u misschien niets zeggen maar hen schijnbaar wel. Ze komen langs voor een foto en een praatje, om te vertellen dat ze ons tof vinden. Dat ze respect voor ons hebben en voor wat we doen. Daarnaast laten ze zich niet afschrikken door een beetje regen. En ze hebben duidelijk sympathie voor de ‘underdog’. Wat het leed van lossen verzacht en mij dan weer die grote grijns geeft…

Rijen dik! Friends Life Women's Tour
Rijen dik! Friends Life Women’s Tour

 

Column WR: Als Robert een meisje was geweest…

Dan zat ik nu niet met een brok in de keel en bloedend hart naar het sportjournaal te kijken.

Dan hoefde ik niet mijn allerslechtste grappen uit de kast te trekken om zijn gespannen blik voor een moment te laten verdwijnen voor de start van een wedstrijd. Dan hoefde onze verzorger hem na een teleurstellend verlopen wedstrijd niet van de pers af te schermen om hem snel in de bus te verstoppen. Dan liet ik hem even lekker een potje janken onder de douche en leende ik hem als troost mijn favoriete shampoo. Dan hoefde zijn vriendje even later niet te bellen om te zeggen dat het “maar een wedstrijd is.” Want dan was het ook “maar” een wedstrijd.

Als Robert een meisje was geweest, dan was zijn leven op sommige vlakken ingewikkelder geweest en op andere een stuk eenvoudiger. Hij zou ondanks dat hij te boek stond als een van Nederlands grootste talenten financieel de eindjes aan elkaar moeten knopen. Hij zou geen carrière met een gezin kunnen combineren. Hij zou geen twee huizen hoeven onderhouden en hij zou een heel aantal andere privileges gemist hebben (behalve als hij fotomodel was geworden, wat heel goed mogelijk zou zijn met zulke lange benen). Daarentegen zou hij niet al in december met de pers over zijn doelen van het volgende jaar of de Tour de France moeten praten. Hij zou niet jarenlang onder het juk van de ‘toekomstige Nederlandse Tour de France winnaar’ gebukt hoeven gaan, want die Tour is er simpelweg niet. Hij zou niet naar Canada of China hoeven ‘vluchten’ om onbevangen de stenen uit de straat te rijden. Hij zou dat gewoon in Apeldoorn, Roeselare of zelfs op de Muur van Huy kunnen doen zonder dat de landelijke pers daar ook maar meer dan twee regels aan zou wijden. Hij zou niet verandert zijn van een onbevangen, vrolijke, Achterhoeker in een gespannen, onzekere, control freak. Robert zou als meisje elke dag met plezier op de fiets zijn gestapt, omdat hij dat nou eenmaal het allerliefste doet. Niet om aan de torenhoge verwachtingen van anderen te voldoen.

Als Robert een meisje was geweest had hij (toen we nog jong waren hè!) nooit zo gezellig met mij gedanst of mijn hart soms sneller hebben doen slaan. Maar dan hoefde ik het nu niet zo met hem te doen te hebben. Soms is het beter om op de fiets een meisje in plaats van een jongen te zijn…

Robert, loat je de pis niet lauw maken!

Gesink-Belkin-ANP_0

Column WR: Masochisme op de fiets

Wielrennen is één van de zwaarste sporten die er zijn. Elke prof neemt zijn baan serieus. Zit tientallen uren per week op de fiets, in weer en wind. Verzorgt zichzelf goed. Kortom, het regime van trainen, eten, slapen, u heeft er vast wel eens van gehoord.

Maar dan komen we bij de wedstrijd. Laat ik als voorbeeld ‘De Ronde van Drenthe’ nemen. Aangezien die mij nog vers in het geheugen ligt en het vel nog niet terug op mijn billen is. Geen kleine wedstrijd. Voor ons vrouwen zelfs de eerste in het Wereldbeker klassement. Maar dan besluit de organisatie om de prachtig geasfalteerde Drentse wegen links te laten liggen en ons over zandpaden waar her en der een kei neergegooid is te sturen. Het gevolg is dat er in één wedstrijd tenminste vijf massasprints zijn (de sprints op het fietspad richting een vuilnisbelt, ook wel VAM-berg genaamd, met een maximaal stijgingspercentage van 23 procent, niet meegerekend) omdat al die vrouwen als eerste deze middeleeuwse karresporen op willen draaien. Dat is van essentieel belang. Begin je niet bij de eerste tien aan dit stukje Drents erfgoed, dan krijgt dit toch al lastige stuk parcours een extra moeilijkheidsgraad door het ontwijken van rondvliegende bidons en Italiaanse lichtgewichtjes, meestal inclusief fiets. Bij het ontwijken van deze rondvliegende projectielen is de kans vervolgens weer groter dat je in een gat rijdt waar je met fiets en al in kunt verdwijnen of om zelf lek te rijden op zo’n kei. Serieus, de Paddestraat in de Ronde van Vlaanderen is een lachertje in vergelijking met de keienstroken van Wezup of Borger-Odoorn. Kortom, je kunt je nog zo serieus voorbereiden, aangekomen bij de wedstrijd transformeer je tot een circusartiest die er maar op hoopt dat hij deze keer niet van het koord flikkert.

De organisatrice van deze wedstrijd, ook wel bekend als ‘de Koningin van Drenthe’ is zich zeer bewust van het hartverscheurende maar tegelijkertijd ook prachtige spektakel dat zich op de Drentse keien afspeelt en stuurt er daarom bussen vol toeschouwers naartoe. Live-entertainment waar John de Mol nog wat van kan leren. Er wordt gegild, geschreeuwd, gehuild, gezweet en er is bloed te zien. Wat wil je nog meer?

Of je nu over de loterij die een Drentse kasseienstrook heet wordt gestuurd, of in de Tirreno-Adriatico over de krankzinnig steile Muro di Guardigrele, wielrennen staat vaak synoniem voor spektakel. Is dat nodig? Het geeft in elk geval mooie of heroïsche verhalen, en dat hoort dan wel weer helemaal bij de wielersport. En gelukkig won uiteindelijk zowel in Drenthe als in de Tirreno de sterkste.

Ik houd in elk geval wel van de Drentse keien. Als ik groot ben wil ik dan ook graag de nieuwe koningin van Drenthe worden. Om vervolgens 160 meisjes over tenminste 50 kilometer aan kasseien te sturen. Ik stel voor dat de provincie Drenthe per direct stopt met asfalteren en alle wegen in oorspronkelijke staat hersteld!

lees hier mijn eerdere columns…

Column WR: Homofiele bouwvakker

Het is ondertussen vaste prik, het seizoen wordt geopend met de Ronde van Qatar. Een wedstrijd in een ‘bijzonder’ land. Zowel in positieve als negatieve zin. Begrijp me niet verkeerd, het is een prima georganiseerde wedstrijd en er zijn daarnaast volop positieve argumenten te verzinnen als het gaat over de internationalisering van het (vrouwen)wielrennen. Maar toch, als je de media afgelopen jaar hebt gevolgd, kijk je in zo’n week toch anders naar dit land dan in voorgaande jaren.

Er was de laatste maanden veel ophef over de werkomstandigheden van gastarbeiders in deze oliestaat. Gemiddeld overlijdt er in Qatar één arbeider (veelal Nepalezen) per dag, bij de bouw van stadions voor het WK voetbal in 2022. Ook het intolerante gedrag van Rusland ten opzichte van homo’s is nu door de Olympische Spelen in Sochi een ‘hot item’. Deze verontwaardiging over misstanden in andere landen waar sporters naar toe moeten is niets nieuws natuurlijk. Eerder was die (mensenrechten) discussie er bijvoorbeeld bij de Olympische Spelen in China, het WK voetbal in Zuid-Afrika en ook in Brazilië waar het komende WK voetbal en de Olympische Zomerspelen worden gehouden. Moet je als sporter hier iets mee?

Ten eerste is dat voor ieder sporter persoonlijk. Ik vind het goed dat er aandacht is voor dit soort misstanden. Maar je moet het ook in het kader van het land en de tijd zien. Er worden dan wel hypermoderne wolkenkrabbers in het Midden Oosten gebouwd, ondertussen heerst er nog een middeleeuwse dictatuur. Arbeidsomstandigheden zijn daar nu hetzelfde als honderd jaar geleden in Nederland. Daarnaast is de verontwaardiging naar mijn mening ook te selectief. In Qatar gaat de aandacht nu uit naar bouwvakkers, maar vrouwen worden in dit land nog steeds gezien als tweederangsburgers en het is verboden om openlijk een andere godsdienst te belijden dan de Islam, om maar wat te noemen!

Er wordt naar de sporter gewezen. Moeten zij zich hiermee bemoeien? Een standpunt innemen? Evenementen boycotten? Het is gemakkelijk praten vanaf de zijlijn, wanneer je niet jaren naar een wedstrijd als de Spelen toegewerkt hebt. En ook niet eerlijk wanneer je weet dat Nederlandse bouwbedrijven en adviesbureaus volop van de royaal uitgegeven oliedollars profiteren. Goedkoop Russisch gas wordt toch ook niet geboycot? En kopen we zelf ook geen producten die met behulp van kinderarbeid of moderne slavenhandel in Azië gemaakt zijn? Dus zijn we nu eigenlijk wel zoveel verder en ‘beschaafder’ als Rusland of Qatar? Deze misstanden zijn volgens mij iets wat iedere Nederlander aangaat. Misschien heeft niet iedereen hetzelfde ‘podium’ als een topsporter, toch kun je er wel rekening mee houden in de keuzes die je in het dagelijks leven maakt. Of door middel van de partij waarop je stemt. Zo is het vreemdelingenbeleid van een aantal politieke partijen behoorlijk meedogenloos. Ik denk dat veel asielzoekers die de meest afschuwelijke situaties in hun thuisland zijn ontvlucht zullen denken: was ik maar een homofiele bouwvakker in Rusland of Qatar, dan kon ik tenminste op wat begrip uit Nederland rekenen.

 

Column WR: Waarom?

Het is tien uur ‘s morgens en enkele graden boven nul. Ik sta met 1300 briesende, stomende en stuiterende mannen op het strand van Scheveningen. Het is zaterdag, feitelijk gezien nog ‘off-season’ en ik ben vanmorgen om 6 uur opgestaan. Ik wrijf de slapers uit mijn ogen terwijl de jongens om mij heen, gekleed in een snelpak en blote benen, met verwijde pupillen verlangend naar de branding turen. De speaker telt af, ik voel bar ends tegen mijn billen drukken. De spanning om mij heen neemt toe terwijl de we de laatste minuut ingaan. En ik denk alleen maar ‘Waarom doe ik dit?!’

Tien kilometer later komen we met zo’n vijftig man aan bij het eerste keerpunt van deze strandrace. Met z’n allen springen we van de fiets en bestormen we het duin. Nog meer fietsonderdelen voel ik tegen mijn lichaam en fiets drukken. Er zijn valpartijen en links en rechts wordt gescholden terwijl we elkaar klemlopen in een trechter van mul zand. Ik zie een lotgenote naast me zwoegen met de fiets in de hand: Paulina Rooijakkers. We kijken elkaar in de ogen en denken hetzelfde; “Waarom doen we dit?!”

Vervolgens scheuren we met één bar in de banden door de duinen en rennen we weer richting zee als een stel gekken met oranje mutsen op 1 januari. Volle bak wind mee richting Scheveningen, de kilometerteller tikt de vijftig aan. Ik check de situatie; er zijn inclusief mijzelf nog drie vrouwen over voorin de wedstrijd. Ook mijn pupillen verwijdden zich. Ik negeer mijn natte en koude voeten, de bloedsmaak in mijn keel en het melkzuur in mijn benen.

Terug in Scheveningen moeten we opnieuw keren. Het rennen door het zand is dodelijk voor mijn wielerbenen. De ranke strandspecialiste Alieke Hoogenboom lijkt het veel gemakkelijker af te gaan. Ik bijt me vast in haar spoor. Mijn gedachten bevinden zich nu op een tweesprong; “Niet loslaten Iris!” tegen “Laat het toch lekker lopen en fiets op je gemak verder, het is verdorie nog maar november!” Ik kies voor het eerste.

Weer tegen de wind in richting Katwijk vergeet ik dat ik vandaag ook uit had kunnen slapen, een rustig duurtraining had kunnen doen om daarna te gaan winkelen of wat te drinken met vriendinnen in de stad. Ik begin verschillende scenario’s te bedenken hoe mijn twee tegenstandsters kwijt te spelen. Mijn adrenaline wint het van de pijn in mijn benen en longen en de wielrenster in mij komt uit haar winterslaap. Na het laatste keerpunt heb ik alleen nog Alieke bij me. De rollen zijn omgekeerd; zij bijt zich nu vast in mijn wiel. Terug op het strand richting Scheveningen sla ik een gaatje van een meter of tien. Ik denk nog maar één ding; “Vandaag wil ik winnen!” Ik schakel bij en voer de snelheid op. Ik kijk achterom, we rijden beide alleen. Vrouw tegen vrouw. Nog een tandje erbij. Ik zie Alieke als een roze stip steeds kleiner worden. De pier van Scheveningen komt dichterbij. Nog één keer door het mulle zand rennen, naar de finish. Ik kan de ene voet bijna niet meer voor de andere zetten, kramp dreigt mijn kuiten te bereiken. De roze stip begint weer dichterbij te komen. “Nog even doorzetten!” Totaal kapot bereik ik de finish. Maar wel als eerste. Na een paar minuten kan ik weer nadenken en vraag ik me af “Waarom deed ik dit ook alweer?”

Gewoon, omdat je een bosje bloemen en een blikken trofee mee naar huis krijgt. Omdat je altijd nog eens kan uitslapen of winkelen. En omdat het stiekem gewoon heel lekker is…

Column WR: Ode aan Ellen

Ik weet nog precies hoe ik je zeven jaar geleden achter het behang wilde plakken toen je in onze Tsjechische hotelkamer een festijn van vruchtenhagel aangericht had. Nu zit ik met tranen in mijn ogen naar je gouden WK-tijdrit te kijken. Geen idee waarom ik zo emotioneel ben en vooral zo trots. Verrast ben ik zeker niet. Deze column had ik ook een dag voor de tijdrit kunnen schrijven. Of op 1 januari van dit jaar. Ellen, dit is een loflied aan jou!

De jaarwisseling vierde ik met jou en Annemiek van Vleuten op Gran Canaria. En we vierden het goed, alsof we al wisten wat voor mooie dingen er dit jaar in het verschiet lagen. Maar we waren er op trainingskamp en daarom werkten we op nieuwjaarsdag gewoon weer een training van een uur of vier af. Alhoewel die van jou ook wel vijf uur heeft kunnen duren aangezien je de laatste jaren geswitcht bent van de renster die als eerste terug is bij het hotel naar een renster die altijd nog een lusje extra moet rijden (bijna nog irritanter dan die hagelslag van vroeger). Zo ben je ook verandert van een giechelende tiener die op trainingskamp eerst pakken koek kocht bij de supermarkt om ze vervolgens weer in te leveren bij de bondscoach (en daarna stiekem toch op te gaan eten), naar een zeer professionele en serieuze renster die in de tussenliggende jaren heeft geleerd hoe ze het maximale uit haar sterke lichaam kan halen. Net zoals je in je beginjaren al rode vlekken kreeg bij het zien van een berg en Giro-ritten overleefde met hulp van de motoren, tot een renster die nu ereplaatsen behaald in koersen die serieus bergop gaan. Het zou gemakkelijk zijn om te zeggen dat ik zeven jaar geleden al wist dat jij ooit Wereldkampioen zou worden. Dat zou echter een leugen zijn. Natuurlijk had je als junior al de potentie. Niet voor niets wist je in de afgelopen jaren wat prijsjes binnen te slepen. Nederlands, Europees en zelfs al Wereldkampioen op de baan en ploegentijdrit. Maar de volledige toewijding waarmee jij je het laatste jaar op die tijdrit hebt gestort is indrukwekkend. Je kon in 2006 niet meteen bij de Elite-vrouwen debuteren met een regenboogtrui, zoals je generatiegenoot Marianne Vos, maar je had de afgelopen jaren nodig om je te ontwikkelen. Daarom is die regenboogtrui die nu om jouw schouders hangt nog mooier. En ik heb een vaag vermoeden dat je dit snelpak met heel veel overtuiging gaat tonen het komende jaar en hopelijk de komende jaren. Want hoewel je standaard overal tien minuten te laat bent, ben je op de tijdritfiets toch altijd strak op tijd!

Waarom heb ik zo’n respect? Jij bent het bewijs dat een ongeorganiseerd warhoofd met een wetenschappelijke, soms zelf wiskundige, precisie perfect samengaat zodat je je allergrootste doel op een verpulverende manier wist te verwezenlijken. En ik heb het allemaal zien gebeuren, daar mag ik best een paar waterige oogjes van krijgen toch?

m1mx7hiafaa3_std640