Geen betere manier om het nieuwe jaar te beginnen dan vanuit een zonnig oord, met mijn fiets en vrienden! Daarom heb ik net als vorig jaar de jaarwisseling op Gran Canaria gevierd, waar ik samen met mijn Annemiek van Vleuten en Ellen van Dijk een trainingskamp belegd had. Samen met nog vier vrienden verbleven we daar 10 dagen en hebben we wederom prachtige, lange ritten met vooral heel veel hoogtemeters over het eiland kunnen maken. Na slechts vier dagen in Nederland te zijn geweest ben ik ondertussen alweer met mijn ploeg; Rabobank Liv, naar het Spaanse Calpe (Alicante) afgereisd. Ook hier staan er weer lange ritten maar ook wat meer wedstrijdspecifieke trainingen op het programma. Tussendoor waren die vier dagen in Nederland behoorlijk vol gepland. Onder andere met de strandrace Egmond-Pier-Egmond op zaterdag 11 januari. Aangezien ik de vorige twee strandraces had gewonnen en ze bij Theo Schilder wielersport in Alkmaar speciaal voor Marianne, Roxane en mij een supersnelle strandfiets hadden gebouwd wilde ik hier natuurlijk weer knallen! De omstandigheden waren echter superzwaar; het strand was met redelijk hoog water heel smal en daarbij nog heel erg mul en zacht. Ploeteren en harken dus! Een valpartij direct bij de strandopgang hielp ook niet echt mee en zo kon ik op de heenweg richting de pier niet bepaald in mijn ritme komen en verloor ik meteen de aansluiting met de eerste dames. Op de terugweg ging het beter en kon ik nog wat rensters inhalen maar niet meer genoeg om voor het podium mee te doen. Al kwam ik uiteindelijk maar een minuutje tekort op de nummer drie; Alieke Hoogeboom. Marianne won de wedstrijd voor Roxane. Geen tijd om teleurgesteld te zijn; ‘s avonds stond er een feestje van de familie op het programma wat geweldig leuk was om ook weer eens iedereen te kunnen zijn. Dit zijn toch dingen die je heel vaak net mist! Daarna was het alweer tijd om mijn koffer te pakken en maandag naar het hoofdgebouw van Rabobank in Utrecht af te reizen voor onze ploegpresentatie. Hier werd zowel onze ploeg als het Rabobank Development team gepresenteerd. Ook onze nieuwe kleding en website was hier voor het eerst te zien. Zoals je kunt zien is ‘huisstijl’ helemaal klaar voor 2014! Ondertussen werken wij hier onder de Spaanse zon om er zelf straks ook helemaal klaar voor te zijn. Adios!
Met mijn ‘trainingsmaten’ op Gran Canaria: Ellen, Annemiek, Sjoerd, Nick en Harmen!
Hier nog kilometers aan het maken in mijn oude tenue
Of de leiderstrui, of een van de truien voor de nevenklassementen, voor mij gaat worden komend jaar, dat weet ik nog niet. Dat ze van mij gaan worden wel! Zie onderstaand bericht van NOS.nl:
Iris Slappendel is niet alleen wielrenster bij Rabobank Liv/Giant Team, maar ook een productontwerpster. Met die combinatie van talenten won ze de ontwerpwedstrijd van de UCI voor nieuwe truien voor de klassementsleiders in de wereldbeker voor vrouwen.
De UCI schreef de wedstrijd afgelopen oktober uit. De wielerunie wilde het huidige tricot voor de leider in het algemeen klassement moderniseren en er moesten ontwerpen komen voor de drie nieuwe klassementen (berg, sprint, jongeren) die volgend seizoen geïntroduceerd worden.
Slappendel: “Ik heb aanvankelijk drie ontwerpen gemaakt, waarvan er eentje door de UCI werd uitgekozen voor de volgende ronde. Ik heb nog wat kleine aanpassingen gedaan, en uiteindelijk is het gekozen als de beste van vier inzendingen die waren overgebleven.”
Herkenbaar
Het viel Slappendel nog niet mee iets te vinden wat onderscheidend is in het peloton. “De grote rondes hebben natuurlijk hun kleuren, die zijn vanzelf herkenbaar.” In de nieuwe truien zijn de beginletters van de klassementen verwerkt: L voor ‘leader’ (algemeen klassement), S voor sprint, Y voor ‘young’ (jongeren) en M voor ‘mountain’ (berg).
De keuze van de UCI is niet het favoriete ontwerp van Slappendel zelf: “Ik vind het winnende ontwerp zelf het meest conventionele. De andere waren denk ik te heftig voor de UCI. Het is toch een wat behoudende organisatie.”
Denkt Slappendel zelf nog een van de truien te mogen dragen? “De jongerentrui gaat natuurlijk niet meer lukken”, zegt de 28-jarige lachend. Het lijkt de knecht van Marianne Vos wel erg leuk om een van haar eigen ontwerpen te dragen: “Ik zei al tegen Marianne: misschien moet ík dit jaar maar voor de wereldbeker gaan!”
Ronde van Drenthe
“Ik heb natuurlijk al een keer een wereldbekerwedstrijd gewonnen (in augustus 2012, in Vargarda, red), maar aan het einde van het seizoen. Als ik een van de eerste wedstrijden win, heb ik een kans om erin te rijden. Misschien moet ik komend seizoen pieken in de Ronde van Drenthe”, aldus Slappendel.
Wat dat betreft is de introductie van de nevenklassementen een voordeel. “Dat geeft meer kansen om in een trui te rijden.”
Bij een ontwerpwedstrijd hoort natuurlijk ook een prijs, maar daar hoefde Slappendel het niet voor te doen. De winnaar wordt namelijk uitgenodigd door de UCI om een wereldbekerwedstrijd bij te wonen.
Last October, the UCI launched a contest for the design of the new jerseys to be worn by the leaders in the various rankings of the UCI Women Road World Cup. The aim was not only to modernise the design of the jersey worn by the overall leader of the series, but also to define that of the jerseys worn by the racers leading the three new rankings that will be introduced from next season (best young rider, best sprinter and best climber).
Andrea Marcellini, the UCI Women Cycling Coordinator, is very happy with the choice: “Iris Slappendel’s project brings together all the expected qualities. The concept she has developed is very complete and could almost be used as it is. It is an evolution in the visual identity of the UCI Women Road World Cup and incorporates a very contemporary eighties look. The fact that the winner is an active rider is definitely the icing on the cake!”
The 2014 UCI Women Road World Cup will include nine events. It will be launched on 15th of March in the Netherlands with the Boels Rental Ronde van Drenthe, and end on 30th August in France with the GP of Plouay-Bretagne. Phasing in the new rankings (best young rider, best sprinter, best climber) will increase the attractiveness of this key series in the women road cycling calendar. Development and promotion of the latter are one of Brian Cookson’s priorities, as new UCI President.
Eind november heb ik dus drie ontwerpen ingezonden. Niet omdat ik zo graag de prijs wilde winnen, maar vooral omdat de prijsvraag me aansprak en ik het een leuke uitdaging vond. Dat mijn collega’s (en ikzelf hopelijk) komend seizoen gaan strijden voor de truien die ik ontworpen heb is echt super tof!
Het winnende ontwerp! (copyright Iris Slappendel)Zij aanzicht van de jongerentrui (copyright Iris Slappendel)
Tweede inzending (copyright Iris Slappendel)Derde inzending (copyright Iris Slappendel)
December 2013: Deze keer heb ik geen krachtmeting op de fiets gewonnen, maar een op de ‘tekentafel’. De UCI (internationale wielerfederatie) heeft na het introduceren van drie nevenklassementen in de Wereldbeker voor vrouwen een ontwerpwedstrijd voor de leiderstruien uitgeschreven. Uit tal van internationale inzendingen is mijn ontwerp gekozen! Zie onderstaand bericht van NOS.nl:
Iris Slappendel is niet alleen wielrenster bij Rabobank Liv/Giant Team, maar ook een productontwerpster. Met die combinatie van talenten won ze de ontwerpwedstrijd van de UCI voor nieuwe truien voor de klassementsleiders in de wereldbeker voor vrouwen.
De UCI schreef de wedstrijd afgelopen oktober uit. De wielerunie wilde het huidige tricot voor de leider in het algemeen klassement moderniseren en er moesten ontwerpen komen voor de drie nieuwe klassementen (berg, sprint, jongeren) die volgend seizoen geïntroduceerd worden.
Slappendel: “Ik heb aanvankelijk drie ontwerpen gemaakt, waarvan er eentje door de UCI werd uitgekozen voor de volgende ronde. Ik heb nog wat kleine aanpassingen gedaan, en uiteindelijk is het gekozen als de beste van vier inzendingen die waren overgebleven.”
Herkenbaar
Het viel Slappendel nog niet mee iets te vinden wat onderscheidend is in het peloton. “De grote rondes hebben natuurlijk hun kleuren, die zijn vanzelf herkenbaar.” In de nieuwe truien zijn de beginletters van de klassementen verwerkt: L voor ‘leader’ (algemeen klassement), S voor sprint, Y voor ‘young’ (jongeren) en M voor ‘mountain’ (berg).
De keuze van de UCI is niet het favoriete ontwerp van Slappendel zelf: “Ik vind het winnende ontwerp zelf het meest conventionele. De andere waren denk ik te heftig voor de UCI. Het is toch een wat behoudende organisatie.”
Denkt Slappendel zelf nog een van de truien te mogen dragen? “De jongerentrui gaat natuurlijk niet meer lukken”, zegt de 28-jarige lachend. Het lijkt de knecht van Marianne Vos wel erg leuk om een van haar eigen ontwerpen te dragen: “Ik zei al tegen Marianne: misschien moet ík dit jaar maar voor de wereldbeker gaan!”
Ronde van Drenthe
“Ik heb natuurlijk al een keer een wereldbekerwedstrijd gewonnen (in augustus 2012, in Vargarda, red), maar aan het einde van het seizoen. Als ik een van de eerste wedstrijden win, heb ik een kans om erin te rijden. Misschien moet ik komend seizoen pieken in de Ronde van Drenthe”, aldus Slappendel.
Wat dat betreft is de introductie van de nevenklassementen een voordeel. “Dat geeft meer kansen om in een trui te rijden.”
Bij een ontwerpwedstrijd hoort natuurlijk ook een prijs, maar daar hoefde Slappendel het niet voor te doen. De winnaar wordt namelijk uitgenodigd door de UCI om een wereldbekerwedstrijd bij te wonen.
Last October, the UCI launched a contest for the design of the new jerseys to be worn by the leaders in the various rankings of the UCI Women Road World Cup. The aim was not only to modernise the design of the jersey worn by the overall leader of the series, but also to define that of the jerseys worn by the racers leading the three new rankings that will be introduced from next season (best young rider, best sprinter and best climber).
Andrea Marcellini, the UCI Women Cycling Coordinator, is very happy with the choice: “Iris Slappendel’s project brings together all the expected qualities. The concept she has developed is very complete and could almost be used as it is. It is an evolution in the visual identity of the UCI Women Road World Cup and incorporates a very contemporary eighties look. The fact that the winner is an active rider is definitely the icing on the cake!”
The 2014 UCI Women Road World Cup will include nine events. It will be launched on 15th of March in the Netherlands with the Boels Rental Ronde van Drenthe, and end on 30th August in France with the GP of Plouay-Bretagne. Phasing in the new rankings (best young rider, best sprinter, best climber) will increase the attractiveness of this key series in the women road cycling calendar. Development and promotion of the latter are one of Brian Cookson’s priorities, as new UCI President.
Eind november heb ik dus drie ontwerpen ingezonden. Niet omdat ik zo graag de prijs wilde winnen, maar vooral omdat de prijsvraag me aansprak en ik het een leuke uitdaging vond. Dat mijn collega’s (en ikzelf hopelijk) komend seizoen gaan strijden voor de truien die ik ontworpen heb is echt super tof!
Het winnende ontwerp! (copyright Iris Slappendel)Zij aanzicht van de jongerentrui (copyright Iris Slappendel)
Het is tien uur ‘s morgens en enkele graden boven nul. Ik sta met 1300 briesende, stomende en stuiterende mannen op het strand van Scheveningen. Het is zaterdag, feitelijk gezien nog ‘off-season’ en ik ben vanmorgen om 6 uur opgestaan. Ik wrijf de slapers uit mijn ogen terwijl de jongens om mij heen, gekleed in een snelpak en blote benen, met verwijde pupillen verlangend naar de branding turen. De speaker telt af, ik voel bar ends tegen mijn billen drukken. De spanning om mij heen neemt toe terwijl de we de laatste minuut ingaan. En ik denk alleen maar ‘Waarom doe ik dit?!’
Tien kilometer later komen we met zo’n vijftig man aan bij het eerste keerpunt van deze strandrace. Met z’n allen springen we van de fiets en bestormen we het duin. Nog meer fietsonderdelen voel ik tegen mijn lichaam en fiets drukken. Er zijn valpartijen en links en rechts wordt gescholden terwijl we elkaar klemlopen in een trechter van mul zand. Ik zie een lotgenote naast me zwoegen met de fiets in de hand: Paulina Rooijakkers. We kijken elkaar in de ogen en denken hetzelfde; “Waarom doen we dit?!”
Vervolgens scheuren we met één bar in de banden door de duinen en rennen we weer richting zee als een stel gekken met oranje mutsen op 1 januari. Volle bak wind mee richting Scheveningen, de kilometerteller tikt de vijftig aan. Ik check de situatie; er zijn inclusief mijzelf nog drie vrouwen over voorin de wedstrijd. Ook mijn pupillen verwijdden zich. Ik negeer mijn natte en koude voeten, de bloedsmaak in mijn keel en het melkzuur in mijn benen.
Terug in Scheveningen moeten we opnieuw keren. Het rennen door het zand is dodelijk voor mijn wielerbenen. De ranke strandspecialiste Alieke Hoogenboom lijkt het veel gemakkelijker af te gaan. Ik bijt me vast in haar spoor. Mijn gedachten bevinden zich nu op een tweesprong; “Niet loslaten Iris!” tegen “Laat het toch lekker lopen en fiets op je gemak verder, het is verdorie nog maar november!” Ik kies voor het eerste.
Weer tegen de wind in richting Katwijk vergeet ik dat ik vandaag ook uit had kunnen slapen, een rustig duurtraining had kunnen doen om daarna te gaan winkelen of wat te drinken met vriendinnen in de stad. Ik begin verschillende scenario’s te bedenken hoe mijn twee tegenstandsters kwijt te spelen. Mijn adrenaline wint het van de pijn in mijn benen en longen en de wielrenster in mij komt uit haar winterslaap. Na het laatste keerpunt heb ik alleen nog Alieke bij me. De rollen zijn omgekeerd; zij bijt zich nu vast in mijn wiel. Terug op het strand richting Scheveningen sla ik een gaatje van een meter of tien. Ik denk nog maar één ding; “Vandaag wil ik winnen!” Ik schakel bij en voer de snelheid op. Ik kijk achterom, we rijden beide alleen. Vrouw tegen vrouw. Nog een tandje erbij. Ik zie Alieke als een roze stip steeds kleiner worden. De pier van Scheveningen komt dichterbij. Nog één keer door het mulle zand rennen, naar de finish. Ik kan de ene voet bijna niet meer voor de andere zetten, kramp dreigt mijn kuiten te bereiken. De roze stip begint weer dichterbij te komen. “Nog even doorzetten!” Totaal kapot bereik ik de finish. Maar wel als eerste. Na een paar minuten kan ik weer nadenken en vraag ik me af “Waarom deed ik dit ook alweer?”
Gewoon, omdat je een bosje bloemen en een blikken trofee mee naar huis krijgt. Omdat je altijd nog eens kan uitslapen of winkelen. En omdat het stiekem gewoon heel lekker is…
Het is alweer een tijdje geleden dat ik een update geplaatst heb op deze site. Het seizoen is afgelopen en ik heb genoten van een heerlijk lange lange rustperiode! Bijna zeven weken heb ik de fiets in de schuur laten staan, afgezien van een ‘sportieve’ vakantieweek met vrienden in het Zuid-Duitse Inzell waar ik weer lekker heb geschaatst en gemountainbiked. Ook ben ik een weekje naar Barcelona geweest om juist lekker cultuur te snuiven! Begin november heb ik de trainingen weer opgepakt. De eerste weken gaat het mij vooral om weer lekker te sporten en om aan mijn basis te werken. Dat doe ik door te fietsen, zowel op de baan, MTB als bij goed weer op de wegfiets. Ook krachttraining is belangrijk in deze periode en daarnaast ga ik af en toe zwemmen of naar de ijsbaan. Om mezelf een nieuwe uitdaging te geven heb ik het rijden van strandraces wat serieuzer opgepakt. De eerste twee die ik begin en eind november in Egmond en Scheveningen reed heb ik weten te winnen, dus dat was erg leuk!
Podium Beachrace Scheveningen met Alieke Hoogenboom (2e) en Paulina Rooijakkers (3e) (foto Rob Duin)
Ondertussen heb ik mijn koffers alweer gepakt en ben ik net als voorgaande jaren met de nationale selectie vertrokken naar Paarl, Zuid-Afrika. Hier verblijven we 2,5 week en doen we voornamelijk lange duurtrainingen en krachttraining. De weersomstandigheden zijn hier perfect, er is slechts 1 uur tijdsverschil met Nederland en goed gezelschap om mee te trainen! En daarnaast heb je ook weer eens de tijd om je website bij te werken 😉
Met de selectie voor een monument ter ere van Nelson Mandela. Toevallig een dag voor zijn overlijden: Ellen van Dijk, Marianne Vos, Regina Bruins, Roxane Kneteman, Chantal Blaak, Lucinda Brand, Anna van der Breggen, Kirsten Wild, Amy Pieters en ikzelf.
Ik weet nog precies hoe ik je zeven jaar geleden achter het behang wilde plakken toen je in onze Tsjechische hotelkamer een festijn van vruchtenhagel aangericht had. Nu zit ik met tranen in mijn ogen naar je gouden WK-tijdrit te kijken. Geen idee waarom ik zo emotioneel ben en vooral zo trots. Verrast ben ik zeker niet. Deze column had ik ook een dag voor de tijdrit kunnen schrijven. Of op 1 januari van dit jaar. Ellen, dit is een loflied aan jou!
De jaarwisseling vierde ik met jou en Annemiek van Vleuten op Gran Canaria. En we vierden het goed, alsof we al wisten wat voor mooie dingen er dit jaar in het verschiet lagen. Maar we waren er op trainingskamp en daarom werkten we op nieuwjaarsdag gewoon weer een training van een uur of vier af. Alhoewel die van jou ook wel vijf uur heeft kunnen duren aangezien je de laatste jaren geswitcht bent van de renster die als eerste terug is bij het hotel naar een renster die altijd nog een lusje extra moet rijden (bijna nog irritanter dan die hagelslag van vroeger). Zo ben je ook verandert van een giechelende tiener die op trainingskamp eerst pakken koek kocht bij de supermarkt om ze vervolgens weer in te leveren bij de bondscoach (en daarna stiekem toch op te gaan eten), naar een zeer professionele en serieuze renster die in de tussenliggende jaren heeft geleerd hoe ze het maximale uit haar sterke lichaam kan halen. Net zoals je in je beginjaren al rode vlekken kreeg bij het zien van een berg en Giro-ritten overleefde met hulp van de motoren, tot een renster die nu ereplaatsen behaald in koersen die serieus bergop gaan. Het zou gemakkelijk zijn om te zeggen dat ik zeven jaar geleden al wist dat jij ooit Wereldkampioen zou worden. Dat zou echter een leugen zijn. Natuurlijk had je als junior al de potentie. Niet voor niets wist je in de afgelopen jaren wat prijsjes binnen te slepen. Nederlands, Europees en zelfs al Wereldkampioen op de baan en ploegentijdrit. Maar de volledige toewijding waarmee jij je het laatste jaar op die tijdrit hebt gestort is indrukwekkend. Je kon in 2006 niet meteen bij de Elite-vrouwen debuteren met een regenboogtrui, zoals je generatiegenoot Marianne Vos, maar je had de afgelopen jaren nodig om je te ontwikkelen. Daarom is die regenboogtrui die nu om jouw schouders hangt nog mooier. En ik heb een vaag vermoeden dat je dit snelpak met heel veel overtuiging gaat tonen het komende jaar en hopelijk de komende jaren. Want hoewel je standaard overal tien minuten te laat bent, ben je op de tijdritfiets toch altijd strak op tijd!
Waarom heb ik zo’n respect? Jij bent het bewijs dat een ongeorganiseerd warhoofd met een wetenschappelijke, soms zelf wiskundige, precisie perfect samengaat zodat je je allergrootste doel op een verpulverende manier wist te verwezenlijken. En ik heb het allemaal zien gebeuren, daar mag ik best een paar waterige oogjes van krijgen toch?
Daar sta je dan in je oranje pakkie, je probeert je zenuwen in toom te houden, de camera’s zijn op je gericht. De Nederlandse ploeg is de beste in de ranking en dus sta je met je zeven ploeggenotes op de eerste rij. Maar hoe goed je benen ook zijn, hoe sterk het collectief ook is en hoe mooi je nagels gelakt; vandaag moet er simpelweg gewonnen worden.
In de weken voor het WK voel je de stress in het peloton toenemen. Niet alleen onder de Nederlanders. Sommige proberen nog een laatste startplek te verdienen, anderen zoeken naar topvorm en een enkeling voelt de druk van de natie steeds zwaarder op de smalle schouders drukken.
Het startschot klinkt. De aanloop van Montecatini Therme naar Florence is gelukkig niet zo lastig. De zenuwen zakken weg, de focus blijft. Een Mexicaanse, Russin of Braziliaanse gaat in de aanval. Geen probleem. In het peloton worden de krachten zoveel mogelijk gespaard. Het parcours boezemt angst in. Bij het inrijden van de stad begint de roller-coaster. De remmen gaan los. De eerste beklimming van de Fiesole wordt er naar elkaar gekeken. Niemand kijkt naar rechts om te genieten van het prachtige uitzicht van deze klim aan de rand van Florence. De klim is vergelijkbaar met de Camerig in Limburg, de afdaling is daarentegen een stuk technischer. De bochten volgen elkaar in hoog tempo op en voor je het weet doemt er een muur voor je op, via Salviati. Je slikt eventjes. Aanzetten, staan, staan, blijven staan! Na 600 meter á 12 procent gemiddeld en 20 procent maximaal, plof je op je zadel. Pfoe! Maar er is helemaal geen tijd om op adem te komen. Het peloton is warmgedraaid. Links, rechts, links, rechts. Nog een hobbeltje en een viaductje die over twee ronden waarschijnlijk ook als een buitencategorie klim aanvoelen. Je scheert langs de finish. Nog vier ronden. Fasten your seatbelts…
Wat is het toch dat iedereen zo graag dat WK wil rijden? Alleen de parcoursverkenning was al genoeg voor een paar slapeloze nachten. Wat betreft de moeilijkheidsgraad is het in mijn beleving veruit het lastigste parcours van de laatste tien jaar. Slechts een handjevol rensters gaat hier om de regenboogtrui strijden. De overige honderd rensters zijn figuranten in een wedstrijd die hopelijk weer een spektakelstuk gaat worden. Marianne Vos zal als topfavoriet niet wakker liggen van dit parcours. Helemaal niet met Anna van der Breggen aan haar zijde, die de laatste weken liet zien dat ze op sommige momenten het niveau van Marianne kan evenaren. Ook Ellen van Dijk en Lucinda Brand schat ik hoog in (helemaal als Ellen enkele dagen daarvoor de titel op de individuele tijdrit heeft veroverd en in de winning mood is. Let op mijn woorden; als zij dat lange sterke lijf op die tijdritfiets vouwt, de pedalen rond gaat malen en door Florence dendert gaan we voor het eerst sinds Van Moorsel weer een Wereldkampioene tijdrijden huldigen!). Ik snap heel goed dat iedereen het WK wil rijden. Zwaar of niet. Wat is er nu mooier dan met je landgenoten te strijden voor de titel!
Je rolt over de finish. Je bent leger dan leeg. Je oren suizen, je ogen prikken en je moet naar beneden kijken om te weten of je benen er werkelijk nog aanzitten. Je zoekt een oranje shirt. Je zoekt naar de bevestiging. Is het gelukt… of niet?
De Ladies Tour van vorige week zag ik eigenlijk als mijn laatste wedstrijd van het jaar, maar aangezien ik als reserve voor zowel het WK ploegentijdrit en WK weg nog wel moet blijven trainen besloot ik gisteren nog een criterium in Uden te rijden. Er was geen groot deelnemersveld, een kleine 40 vrouwen, maar dat betekend niet dat je dan automatisch wint natuurlijk! Na een aantal pogingen wist ik na 25 km wedstrijd weg te rijden en kreeg Judith Bloem mee. Onze voorsprong groeide snel en na 45 kilometer dubbelden we het peloton. Nadat het peloton afgesprint had (Anouska Koster won deze en werd derde) wist ik vervolgens weer bij Judith weg te rijden 2 ronden voor het einde en kon ik solo winnen. Een leuke manier om het seizoen af te sluiten!
Ik kijk met een dubbel gevoel terug naar de Boels Ladies Tour van afgelopen week. Het begon al met de teleurstelling van niet-selectie voor het WK-weg. Ik was nog in de running voor de laatste twee plekken maar de bondscoach liet voor de start van de Ladies Tour weten de voorkeur te geven aan Kirsten Wild en Amy Pieters (beide Argos-Shimano), wederom ben ik dus reserve… Desalniettemin was ik volop gemotiveerd voor de belangrijkste etappekoers in Nederland. Aangezien we geen sprinter of rensters met klassementsambities mee hadden vlogen we er vanaf de eerste dag in Roden in. Deze etappe kende een aantal kasseienstroken en 2,5 kilometer ‘zandpad’. Dat beloofde spektakel maar de meeste ploegen keken de kat uit de boom en wij leken de enigste die een massasprint wilde vermijden. Dat lukte dus niet en Kirsten Wild won de etappe. De dag erop stond er in Coevorden een ploegentijdrit over 32 km op het programma. Gezien de samenstelling van onze ploeg met Sabrina en Katarzyna Niewiadoma (stagiaire bij de ploeg) die nog nooit een ploegentijdrit hadden gereden wisten we niet precies wat te verwachten. De tijdrit verliep echter verassend goed. De laatste 10 kilometer waren we Sabrina en Katarzyna kwijt maar juist in die finale konden we het tempo nog flink optrekken met z’n vieren. Hoewel het verschil zoals verwacht groot was met de winnaars Specialized-Lululemon (1:37 min) viel dat met de nummer twee, Orica-Greenedge wel mee (22 seconden). Een mooie derde plaats dus waar we tevreden mee waren! Het klassement was echter flink in een plooi gevallen. De dagen erop hoopten we dus op wat medestanders in de aanval. Dat viel echter tegen. Specialized-Lululemon bleef de koers strak controleren en op de donderdag-etappe in Leerdam wist Annemiek wel alleen in de aanval te gaan maar kreeg ze nooit echt veel ruimte om in de laatste kilometers weer ingelopen te worden waarna Wild opnieuw de sprint won. Vrijdag in Papendrecht mocht het duo Koedooder (Sengers)- Gebhart (Argos-Shimano) voor de overwinning gaan strijden. Zij kregen blijkbaar wel de zege van het peloton (Gebhart won). Zaterdag reden we van Zaltbommel naar Veen (Wijk en Aalburg) en ook hier liep het ondanks aanvalspogingen van ons uit op een massasprint, deze keer prooi voor de Australische Chloe Hosking. Zondag was het dan tijd voor de traditionele heuveletappe in Zuid-Limburg. Wij besloten nog eens alle register open te trekken. Liesbet en ik kozen meteen de aanval vanaf de Bemelerberg. Korte tijd wist ik vooruit te blijven met een groepje van vijf maar de wedstrijd explodeerde pas echt op de eerste passage van de Yserbosweg. Hier reed een klein groepje weg met onder andere Megan en Katarzyna. Net voor de tweede passage van de Yserbosweg had ik de pech om lek te rijden. Slechte timing! Ik kon net onderaan de Yserbosweg weer aansluiting in het peloton vinden maar had teveel krachten verspeeld om mee te kunnen met het tweede groepje rensters, met daarbij onder andere Annemiek, die hier wegreed. De twee groepen voorin smolten samen en in het peloton was de wedstrijd over. Balen voor mij natuurlijk maar voorin wist Annemiek er nog een spectaculaire finale van te maken. Helaas werd ze nipt door Tatiana Guderzo (Cippolini) verslagen op de meet in Berg en Terblijt maar wel een heel knappe wedstrijd gereden! De laatste dag bracht Annemiek nog naar een tweede plek in het eindklassement achter Ellen van Dijk (Specialized Lululemon) en voor Lizzie Armitstead (Boels-Dolmans). Katarzyna won de jongerentrui en met de ploeg wonnen we het ploegenklassement. Ik beëindigde deze wedstrijd als 24e in het eindklassement. Zelf had ik wat gemengde gevoelens omdat ik graag mijn goede vorm bevestigd had gezien in een mooie uitslag. Hiervoor had ik iets meer geluk nodig gehad, een iets beter op elkaar ingespeelde ploeg voor een tactisch lastige wedstrijd als de Ladies Tour altijd is en was tenslotte het weer natuurlijk veel te mooi voor een Nederlandse koers! Volgend jaar beter…
Ploegentijdrit Coevorden (Foto: Anton Vos)Met Liesbet in de aanval in Limburg (Foto: Anton Vos)Voor de start nog even knuffelen met m’n jongste fan met een door mij ontworpen WK-romper! (Foto: Niels Goudriaan)Megan, ik, Annemiek, Katazyna, Sabrina en Liesbet wonnen het ploegenklassement (fotocredits: Hommersom Fotografie)
Zaterdag werd de laatste wedstrijd om de WereldBeker verreden. Marianne kon de eindoverwinning in het klassement al niet meer ontgaan gezien haar ruime voorsprong op de nummer twee, Emma Johansson. Dit betekende dat we de wedstrijd open in konden gaan en iedereen een kans had. Ik was met vertrouwen uit Trophee d’Or gekomen maar wist dat ik niet moest wachten tot de echte klimmers hun aanval zouden plaatsen op dit lastige parcours. We reden 5 rondes van 27 kilometer , het parcours is glooiend met drie echte klimmetjes per ronde. In de eerste 1,5 ronde gebeurde er zo goed als niets en omdat ik me slecht in kon houden en we als ploeg ook meer belang hadden bij een zware wedstrijd plaatste ik op de tweede klim in het rondje na zo’n 40 kilometer de eerste aanval. Ik sloeg meteen een gaatje maar het peloton organiseerde al snel. Toen ik terug werd gepakt ging Roxane maar ook die kreeg geen ruimte. We besloten nog even te wachten en in de derde ronde gooide we echt de knuppel in het hoenderhok. Rox, Megan en ik kozen om de beurt de aanval en dat zorgde niet voor een kopgroep maar er wel voor dat de deur vanachteren behoorlijk open stond en het peloton snel uitdunde. Van andere ploegen kwam er zo goed als geen initiatief en dat maakte het lastig om echt weg te komen. Het was dus onvermijdelijk dat in de voorlaatste ronde op de stijlste klim van het parcours een echte schifting optrad. Amaliusuk (Be Pink) plaatste daar een aanval en Marianne, van der Breggen (Sengers), Canuel (Futuroscope) en Johansson (GreenEdge) waren met z’n vijven gevlogen. In het peloton daarachter was er weer geen organisatie en de voorsprong van de koplopers liep snel op. In de laatste ronde probeerde ik nog weg te komen uit het peloton maar zonder succes. Lucinda wist wel bovenop de laatste klim nog weg te rijden met Cantele en Antoshina en zo het sprintende peloton nipt voor te blijven (zesde). Marianne won, je zou bijna zeggen ‘vanzelfsprekend’, de wedstrijd. Voor Johansson en van der Breggen. Ik finishte als 13e in een uitgedund pelotonnetje van zo’n 20 rensters. Ik kijk met een tevreden gevoel terug op de wedstrijd. Niet alleen omdat ik weer bewezen hebt dit soort lastige wedstrijden heel goed aan te kunnen maar ook omdat ik met mijn ploeggenotes weer een duidelijke stempel op de wedstrijd heb weten te drukken. Helemaal geweldig als Marianne het dan weer afmaakt met een klinkende overwinning en als bonus pakte we ook nog de overwinning het het ploegenklassement van de WereldBeker! Klik hier voor de complete uitslag.
Op het moment van dit schrijven zijn we onderweg van St. Amand Montrond naar Plouay. We hebben gisteren vijf zeer succesvolle dagen ‘Trophee ‘d Or’ afgesloten met een etappewinst van Annemiek! En hoewel dat in eerste instantie niet de insteek was, wisten we ook nog met vier rensters in de top-10 van het eindklassement te finishen. Marianne won het klassement, Lucinda was derde, ikzelf achtste en Annemiek tiende!
Zaterdag gingen we van start in Frankrijk met naast de vier bovengenoemde ook nog Megan en Sabrina. De eerste etappe leek op papier niet al te lastig maar er stond een flinke wind en dat leende zich er perfect voor om in de finale de boel ‘op de kant te gooien’. Een verassende actie voor de concurrentie die meteen een flinke schifting opleverde. Met 19 rensters gingen we de finale in waar een klimmetje op de plaatselijke omloop nog eens voor een schifting zorgde. Hier reed Marianne met vier rensters weg. Megan en ik probeerden de oversteek te maken maar pas toen Lucinda ging reageerde er niemand en hadden we ook in de kopgroep een overtal situatie. Marianne won de sprint van dit groepje voor Bronzini en Lucinda. De eerste etappewinst was binnen met de leiderstrui als beloning! Ik finishte op een minuut in een groepje van zes hierachter als negende en bezette een zesde plaats in het klassement. Op zondag stond er ‘s morgens een tijdrit van 18 km en ‘s middags een etappe van 80 km op het programma. Ik voelde me net als de voorgaande dag sterk en finishte als vijfde in deze tijdrit op een kleine minuut van Marianne, die weer naar winst snelde! De middagetappe was behalve veel regen en valpartijen niet bepaald enerverend. Halverwege koos de Russin Chulkova de aanval en aangezien ze niet gevaarlijk was voor het klassement hebben we haar de ruimte gegeven. Megan, Sabrina en Annemiek controleerden en Marianne won de pelotonsprint voor plek twee. Aan het eind van de dag bezette Marianne, Lucinda en ik de plekken 1,3 en 5 in het algemeen klassement en dus hadden we allemaal nog zicht op winst. We wisten dat maandag beslissend zou zijn voor het klassement met de ‘koninginneetappe’. We kregen een soort Ardennen-achtig parcours voorgeschoteld met een heel aantal klimmen. Ik kon op de klimmen goed mee die maar toen Anna van der Breggen (Sengers) halverwege de etappe op een steil stuk een aanval plaatste moest ik passen. Marianne kon wel meteen mee en Lucinda kon gelukkig ook nog net haar karretje aanhaken. Zo was er een kopgroep van zes met daarbij wel de beste klimsters van de wedstrijd. Ik baalde wel een beetje dat ik net tekort kwam, maar misschien was dit ook wel net wat teveel gevraagd van mijn ‘klimmersbenen’! In de achtervolgende groep was er totaal geen organisatie en daarbij moesten we nog eens een minuut of vijf voor een spoorwegovergang wachten! De kopgroep pakte dus minuten voorsprong (een stuk of 10 op de finish) en van achteren konden alle geloste rensters weer aansluiten. Marianne pakte weer de etappe en Lucinda verdedigde knap haar derde plaats.
De dag erop was het parcours een stuk vlakker en stond er nagenoeg geen wind. De eerste 1,5 uur was het echter oorlog met de ene aanval na de andere! Megan, Annemiek en ik deden lekker mee en na een kleine 50 km wisten Megan en ik eindelijk een succesvolle aanval op touw te zetten met vijf mede-vluchters. We voelden ons allebei goed en wisten dat ritwinst erin zat, maar dan moesten we het goed aanpakken. Megan zou zich daarom sparen en ik bleef meedraaien. Met acht kilometer plaatste ik de eerste aanval en daarna nog twee keer maar telkens sprong er of een renster mee die niet over wilde/kon nemen of de Cippolini-sprintster Taglioferro reed het gat dicht. Met drie kilometer te gaan leek ik wel succes te hebben en had een behoorlijk gat. Ik had enkel de Canadese Canuel (Futuroscope) in mijn wiel en die kon niet meer echt overnemen. Achter mij twijfelden ze echter niet en zo werd ik net onder de vlag van de laatste kilometer weer ingelopen. Megan werd vervolgens nipt geklopt in de sprint door de Australische Amy Cure. Ik finishte als zesde. Bij mij overheerste achteraf vooral teleurstelling dat ik mijn goede benen en deze mooie kans niet heb kunnen bekronen met een etappewinst. De laatste dag waren er echter weer kans voor aanvallen en het was ook weer een agressieve start van de wedstrijd. Al snel wist Megan weer met een groepje weg te blijven en toen deze na 50 km onder aanvoering van Cippolini werd ingerekend koos Annemiek het hazepad en kreeg zes rensters mee. Deze groep had de zege van het peloton en liep snel uit. Annemiek plaatste op de klim in de plaatselijke omloop een aanval en reed zo solo naar de meet! Een leuk einde van een goede week dus waarin we als ploeg geweldig gereden hebben. Ik heb er in elk geval van genoten en hoop deze goede benen mee te nemen naar Plouay waar zaterdag de laatste wedstrijd om de WereldBeker op het programma staat. Au revoir! (klik hier voor de complete uitslag)
De ploeg in Trophee ‘d Or (fotocredit Anton Vos)5e plaats in de tijdrit. Fotocredit: Sportfoto.nl
Sorry. Het spijt me. Sommige mensen excuseren zich gemakkelijker dan anderen. Opgroeiend met twee oudere broers ging het bij ons thuis soms wat ruw aan toe. Met heel wat verwondingen en vermiste tanden tot gevolg. “Sorry” hoefde ik niet te verwachten als ik weer eens een peddel (per ongeluk) tegen mijn kop kreeg, of mijn vriendje het uitmaakte nadat ze hem in de sloot hadden geslingerd (niet per ongeluk). Hooguit een “oeps!” Daarentegen had ik eens een Engelse ploeggenote die zo vaak “I’m sorry” op een dag riep dat het woord sorry helemaal zijn waarde verloor. Ik snapte ook wel dat ze niet expres nipt de Giro verloor.
Spijt betuigen is tegenwoordig een ‘hot item’. Tom Veelers vond Cavendisch’ duwtje in de afgelopen Tour niet bepaald “oeps” en kon pas weer verder met zijn leven na ‘persoonlijke excuses’ van de Brit. De ASO was er dan wel weer als de kippen bij om Johnny Hoogerland excuses te maken nadat een spandoek hem ten val bracht in de eerste Touretappe. Zelfs als je even ondeugend bent en een rondemiss in haar billen knijpt (die er eerlijk gezegd toch gewoon om vragen?) moet je door het stof der spijtbetuigingen. Maar als je eens echt diep door het stof wilt gaan, dan moet je een dopingbiecht doen! Nee, met een eenvoudig “sorry” kom je er dan niet meer vanaf. Je moet in geuren en kleuren je verhaal uit de doeken doen, open brieven schrijven, je ontslag aanvaarden en bovenal honderden fans teleurstellen. Of je vorige maand of vijftien jaar geleden EPO hebt gebruikt; je prestaties schijnen in een klap niets meer waard te zijn.
De afgelopen maanden zijn er weer heel wat oude en nieuwe positieve gevallen naar boven gekomen. Bij sommige sta je wat langer stil dan bij andere. Zoals afgelopen week, toen ik las dat Jeroen Blijlevens na vijftien jaar alsnog positief bevonden is. Jeroen was vorig jaar mijn ploegleider en aangezien ik veel goede herinneringen aan onze samenwerking heb, gun ik hem dit persoonlijk drama absoluut niet. De discussies over verjaring, ‘iedereen deed het toen’ of het feit dat hij gelogen heeft tegenover de commissie Sorgdrager daargelaten, is er een ding wat mij ook hierbij weer opviel; Waarom is het in deze maatschappij zo moeilijk om je fouten toe te geven? De brief van Jeroen geeft eigenlijk het antwoord, net als de reacties van andere ‘dopingzondaars’ zoals Michael Boogerd; Er is niets pijnlijker dan van je voetstuk te vallen. Topsporters leven bij de gratie van roem. Geef je een fout toe, dan ben je de erkenning en misschien zelfs wel je identiteit kwijt. Ze zijn afhankelijk van het kleine wereldje dat hun sport is, zelfs nog na hun actieve sportcarrière. Naar mijn mening onterecht, iedereen is meer dan alleen een sporter. Zeker voor de mensen die dicht bij je staan.
Voor mij is het natuurlijk makkelijk praten. Als je niet op een voetstuk staat kun je er ook niet afvallen. En als je niemand op een voetstuk plaatst hoef je ook niet teleurgesteld te zijn. Maar bovenal ben ik blij dat ik ook in een heel vergevingsgezind gezin ben opgegroeid. Ondanks mijn broers (of misschien wel dankzij) ben ik goed terecht gekomen. Ja, ik maak regelmatig fouten en als ik het in de gaten heb, dan zeg ik “sorry” in de hoop dat mijn fout me vergeven wordt en we weer verder kunnen. Dat wens ik Jeroen ook toe; een ‘Happy Life’, met of zonder wielrennen.
Helaas ben ik door de ploeg niet geselecteerd voor het WK Ploegentijdrit in Florence, komende september. Ik begreep dat de keuze vooral bepaald is op basis van individuele tijdritten eerder dit seizoen. Erg jammer en ook niet gemakkelijk te begrijpen voor mij aangezien ik zelf altijd het idee heb dat de ploegentijdrit een van mijn sterke punten is. Maar het is ook zo dat het niveau in de ploeg momenteel erg hoog is en iedereen gewoon erg hard rijdt! Het gevolg van deze selectie is dat ik ook komend weekeind niet van start zal gaan in de Wereldbekers in Vargarda, Zweden. Een van mijn favoriete wedstrijden en daarbij wist ik met Cervelo hier in 2010 de ploegentijdrit te winnen (de overige jaren altijd podium) en vorig jaar de individuele wedstrijd. Het liefste had ik natuurlijk zondag rugnummer 1 opgespeld en mijn ‘titel’ verdedigd! Maar ook dit hoort bij topsport. Gelukkig staan er nog een paar mooie wedstrijden op mijn programma naar het einde van het seizoen: Trophee ‘d Or (23-28 aug), WB Grand Prix Plouay (31 aug) en de Holland Ladies Toer (3-8 september).
Voor het eerst in mijn carrière heb ik afgelopen week de Route de France gereden. Om een of andere reden was ik nog nooit gestart in deze 8-daagse wedstrijd en het was erg leuk om weer eens een, voor mij, nieuwe wedstrijd de rijden. Het was een perfect georganiseerde koers door midden-Frankrijk. We gingen van start in Soissons (net boven Parijs) en finishten zaterdag in Chauffailles. We verplaatsen ons elke dag naar een ander hotel (of internaat) maar omdat de en finish- en startplaatsen meestal redelijk bij elkaar in de buurt lagen hoefden we voor en na de etappes meestal niet lang in de auto te zitten. Op 3 augustus gingen we van start met een proloog over 3,8 km. Deze was redelijk technisch, inclusief een paar kasseienstroken en een klimmetje. Ik was erop gebrand om hier meteen een goed resultaat neer te zetten omdat ik meestal wel goed ben in prologen en korte tijdritjes. Het ging ook goed, op de een-na-laatste bocht na, waar ik een inschattingsfout maakte en zo een paar belangrijke seconden liet liggen. Met een zesde plaats op 7 seconden van winnares Emma Johansson (Orica-Greenedge) was ik wel tevreden. Mijn eigen doel en ook van de ploeg was om in eerste instantie voor etappewinst te gaan in deze ronde. Het feit dat er behalve het algemeen- en jongerenklassement geen nevenklassementen als een berg- of puntenklassement was en er ook geen bonificatieseconden te verdienen waren onderweg of op de streep, zorgde voor een zeer gesloten wedstrijd. Op de laatste dag na was het parcours nooit heel lastige en stond er ook geen noemenswaardige wind. De ploegen van leidster Johansson en sprintster Bronzini (Wiggle-Honda) controleerden dus de wedstrijd en hoewel wij constant de aanval kozen kreeg er nooit een groep echt de ruimte en was het heel moeilijk om een etappe te pakken in deze wedstrijd. Alleen in de voorlaatste etappe op vrijdag wist ik aan de greep van het peloton te ontkomen om 30 km lang in mijn eentje vooruit te rijden, maar ik had natuurlijk liever een paar medevluchters meegehad en daarbij was het nog te ver van de finish om echt voor de winst te rijden. Behalve de prijs voor de strijdlust leverde dat dus niets op. Met Thalita en Pauline die zich in de sprints mengden wisten we wel een paar ereplaatsen te behalen, maar Georgia Bronzini was een klasse apart in de sprint in deze ronde, zij won zes etappes! De laatste dag kregen we dan wel een paar echte beklimmingen voor de kiezen, die meteen flink steil waren! Iets te steil voor mij eerlijk gezegd. Maar het feit dat ik de eerste helft van de etappe geprobeerd heb om een ontsnapping te forceren hielp ook niet echt mee. Ik finishte die dag in de tweede groep als 22e en werd 23e in het eindklassement. Linda Villumsen (Wiggle-Honda) greep de laatste etappe aan voor een lange solo en pakte zo knap de etappe en het eindklassement. Mijn ploeggenootje Pauline Ferrand Prevot won de jongerentrui.
Met Pauline voor de start. Foto: WomensCycling.net6e etappe, prijs voor de strijdlust. Foto: WomensCycling.netIn de aanval, 6e etappe. Foto: Route de France Internationale